Gambo, grondlegger van de Groninger fokkerij

Oldenburger-import wordt stempelhengst van Nederland

Op zoek naar een karakterisering van de inmiddels meer dan zeventig jaar geleden geboren Gambo, stuiten we op een uitspraak uit 1941 van de heer Van Broekhuijzen, een gewaardeerd geneticus: "...van die tijd tot tijd combineren zich in een bepaald individu een aantal gunstige factoren tot een nieuw complex, dat in zijn geheel wordt vererfd, hetgeen in zo´n geval de fokkerij met een sprong vooruit brengt." Treffender kunnen de stempelhengsten in deze serie nauwelijks worden omschreven. En we citeren nogmaals: "...want Gambo is door de Natuur zelf tot stamvader geworden!" 

Het mag duidelijk zijn, op zoek naar de betekenis van Gambo moeten we veelvuldig een beroep doen op oude geschriften, die ons een beeld van die tijd schetsen. Het zal opvallen dat de naam van R.A. Maarsingh regelmatig voorkomt. Zijn voorliefde voor Gambo heeft hij beslist niet onder stoelen of banken gestoken. Voor een ooggetuige verslag, en enige relativering, verwijzen we graag naar het aparte kader met één van de grootste hippologen uit de vaderlandse fokkerij-geschiedenis, de heer J.K. Wiersema.

In de twintiger en dertiger jaren, Gambo is op 26 april 1927 in Oldenburg geboren, was de fokkerij in Nederland ondergebracht bij verschillende stamboeken. De drie Noordelijke provincies kenden drie stamboeken: het Friesch Paardenstamboek (FPS), het Groningsch Paardenstamboek (GPS) en het Drentsch Paardenstamboek (DPS). Het overige deel van Nederland kende een tak die voortkwam uit het in 1887 opgerichte Nederlansch Paardenstamboek en het in 1925 onstane Geldersch Paardenstamboek. Pas in 1939 zouden de laatste twee fuseren tot de VLN (Vereniging ter bevordering van de Landbouwtuigpaardfokkerij in Nederland). De Noordelijke provincies volgden in 1942 met een fusie die het NWP (Noord-Nederlandsch Warmbloed Paardenstamboek) opleverde.

Overgang
In het Noorden van het land bevond de fokkerij zich destijds in een moeilijke fase. De overgang van een lichter werk-, annex koetspaard naar een zwaarder type dat kan concurreren met de échte koudbloeds verliep stroef. Ter verbetering van de fokkerij werd in de beginjaren van onze eeuw regelmatig naar goede verervers in het buitenland gezocht. Aanvankelijk in Holstein en later vanwege de geografische ligging en het type paard dat daar gefokt werd, lag de orientatie op Oldenburg en Oost-Friesland voor de hand. Daarnaast wijst de invoer van Belgisch koudbloedhengsten aan het begin van de eeuw erop dat men zwaardere paarden met een rustiger temperament ook door middel van kruisingen probeerde te bereiken.
Na de Eerste Wereld Oorlog (1914-1918) luidt het fokdoel als volgt: "Het type van een kortbenig, zwaar, sterk en mooi gevormd landbouwtuigpaard met beste, krachtige en vierkante gangen." Warmbloeds moesten inhoud (breedte en diepte) hebben en veel massa en bovendien dienden zij kortbenig te zijn, omdat dit meer kracht betekende. In onze ogen is het achterbeen van veel paarden uit die tijd erg steil, maar daaraan tilde men niet zo zwaar.
De heer R.A. Maarsingh, wordt door velen als de architect van het "nieuwe" Groninger paard gezien. Hij creëerde een warmbloedpaard dat geschikt was voor het landbouwbedrijf, want het transport werd overgenomen door de motoren. Gambo vervulde daarbij een allesbepalende rol en het was Maarsingh gegeven al vroeg de uitzonderlijke kwaliteiten te hebben onderkend.
Hoewel de afstamming van Gambo boven iedere twijfel was verheven werd hij niet overal juichend ontvangen. In "Het Paard" (11e jaargang, nr 19, 13 mei 1943) lezen we van de hand van dezelfde Maarsingh dat het maar een haar had gescheeld over Gambo was kort na zijn goedkeuring weer afgekeurd J.B. Kamphuis bevestigt dit in zijn boek "De Groninger Warmbloedfokkerij" (blz. 226-227). "Het gerucht loopt, dat de Rijkscommissie hem het jaar daarop wilde afkeuren, hij kwam niet best voor de dag, zijn bewegingen waren matig, zijn uiterlijkheden vielen tegen. De fokleiding (lees: Maarsingh) sprong voor hem in de bres en heeft daardoor de Nederlandse warmbloedfokkerij voor een ramp behoed. De Nederlandse fokkerij te denken zonder Gambo is thans vrijwel niet mogelijk", aldus Kamphuis.

Geen draf
Nadat is vermeld dat het de bijzonder verdienste is geweest van de heren D.E. Mellema en S. Nijhoff, die Gambo hebben ontdekt en gekocht, keren we terug naar het begin. Gambo werd als tweejarige gepresenteerd op de lokale keuring te Rodenkirchen. Maarsingh: "Ten gevolge van het vast komen te zitten in de sloot wilde Gambo die dag niet draven, maar dan ook absoluut niet draven. Gambo stapte die dag en hij deed het goed, maar hij heeft het vertikt ook maar even uit de stap te komen. De zweepslagen striemden zijn rug maar hinderden hem blijkbaar niet. Werd door hem misschien als intuïtie gevoeld, dat hij naar Groningen zou komen en gaf hij op dat ogenblik een symbolische voorstelling, dat voortaan de stap meer opgeld moest doen, dat mirakel "gaan", gepaard met het uitstoten van soms heidense geluiden, meer ter zijde moest worden gesteld, zijnde dit laatste in zijn wijze van doen vaak wat al te mallotig? In de verrichtingen immers zou hij later zijn mogelijkheden tonen!" Exterieurbeschrijvingen leren Gambo kennen als een zeer harmonisch gebouwde hengst met een mooi hoofd en sprekend oog. Zijn hals was goed van vorm en lengte, zonder te lang te zijn, "want dat is immers onjuist bij een mannelijk paard". De bovenlijn, genoemd worden schoft, rug, kruis én staart, waren opvallend mooi gelijnd. Zijn lendenen waren sterk, hij had een goede breedte en diepte. Hij droeg zijn staart goed. Zijn beenwerk was solide, met forse gewrichten. Maarsingh over zijn fundament: "deze konden even meer gepolijst, even edeler zijn, maar zware hengst-voorbenen had hij. De achterbenen zijn sterk geprononceerd al zijn ze even steil. Gambo´s voeten zijn best." Meermalen wordt Gambo´s weinig imponerende manier van raven als een groot manco geschetst. Correct, zo moet hij gedraafd hebben, maar met maar weinig actie. Zijn temperament was heel rustig, maar wanneer hij moest werken stond hij altijd paraat. Gambo heeft zich destijds zowel onder het zadel, voor de concourswagen en voor de boerenwagen goed getoond, getuige ondermeer zijn eerste fokpremie en eerste prijs tijdens een ingespannen keuring voor de boerenwagen en concourswagen in 1931.
De heer J.K. Wiersema herinnert zich in dit verband dat bij een dergelijke ingespannen keuring het exterieur zeker zo zwaar woog als de verrichtingen zelf. Met Gambo´s voorbeeldige exterieur is het nog maar de vraag hoe zijn bewegingen werkelijk zijn geweest. Daar staat tegenover dat veel zwaargewichten uit die tijd helemaal niet konden bewegen. Gambo´s verschijning en relatief sterkere bewegingsvorm vormden dus wel degelijk een welkome aanvulling. En hoewel Gambo mijlenver afstond van wat thans wenselijk wordt gedacht voor een sportpaard, is het zeker zijn verdienste geweest dat er überhaupt nog sprake is geweest van een warmbloedfokkerij. Evengoed hadden de koudbloeds in het Noorden alle terrein veroverd.
Maarsingh gaat verder in op het exterieur van Gambo´s voorouders. Ze lezen we over Gambo´s vader Grusus: "Zéér harmonisch; gesloten, diep, breed, mooisoortig, gespierde bovenlijnen, hoewel rug iets diep, veel ribbenwelving, beenwerk voldoende zwaar, voorbeen iets weinig uitdrukking, voldoende, correcte bewegingen. Mooi fokmodel." Mianna II wordt als volgt beschreven: "Forsch-massale, mooie diepe merrie met breedte, goed beenwerk, heeft, gezien de wat O-benen, vermoedelijk geleden aan rachitis, zeer elastische, ruime en hooge bewegingen."
In de beschrijving van zijn beweging komt Gambo, zoals gezegd, niet altijd even sterk naar voren. Hij lijkt in dit opzicht sterk op zijn vader Grusus. Toch heeft hem dit niet belet om wel sterke bewegingen door te geven. Het is aardig om te lezen dat Grusus´ vader Gruson eerder werd geroemd om zijn bewegingen. Gruson en zijn vader Gambo golden in die tijd als sterke exterieur- en bewegingsverervers. Deze Gruson is, zoals we reeds zagen een zoon van Gambo 2517, die op zijn beurt ook vader van Mianna II is. Kennelijk is hierdoor voldoende beweging sterk verankerd geweest om toch meegegeven te kunnen worden aan het nageslacht.
Maarsingh haalt tevens aan dat het succes van Gambo door sommigen in die tijd wordt toegeschreven door de gelukkige combinatie met dochters van Rudolfszoon. Maar met cijfers weerlegt hij deze stelling.

Foto's Gambo
Gambo