Stempelhengsten in de geschiedenis van het Groninger paard

De geschiedenis van het Groninger (vroeger ook wel Bovenlander) paard kenmerkt zich door de
wijze waarop men zich met de fokkerij heeft aangepast aan de tijd waarin men leefde.

Waar de Groningers in eerste instantie als lichte karrossiers/ koetspaarden werden gebruikt was er
in de twintiger/ dertiger jaren van de vorige eeuw behoefte aan een sterker paard dat kon
wedijveren met de trekpaarden die toen behoorlijk in opkomst waren. Als er 1 hengst een stempel
op die periode heeft gedrukt is het de Oldenburger hengst Gambo.

In de zestiger jaren stond de Groninger fokkerij voor de volgende uitdaging, door de opkomst van
de mechanisatie waren de excellente werkpaarden waartoe de Groningers waren ontwikkeld
overbodig geworden. In eerste instantie werd met de half Holsteiner half Groninger Sinaeda een
begin gemaakt met de omvorming naar rijpaarden, deze omvorming heeft daarna nog meer vorm
gekregen met diverse volbloeden maar ook met name door Marco Polo, Farn en diens zoon Nimmerdor.

De genoemde stempelhengsten Gambo, Sinaeda, Marco Polo, Farn en Nimmerdor hebben ieder
op hun manier een stempel van onschatbare waarde op de ontwikkeling van de sportpaard
fokkerij in Nederland gehad. De hedendaagse Groninger fokkerij stoelt voor een aanzienlijk deel
op deze hengsten die ook in onze eigen paarden in meer of minder mate aanwezig zijn. Juist de
combinatie van de genoemde stempelhengsten met oude Groninger merrielijnen geeft de
veelzijdige, betrouwbare en werkwillige paarden waar men in deze tijd prima mee uit de voeten kan.